Bio & Biblio Ruth Lasters

Ruth Lasters (Antwerpen,1979) debuteerde met de roman Poolijs, waarvoor ze de Vlaamse Debuutprijs 2007 kreeg. In 2019 verscheen haar vierde roman VIN, een boek over een jonge leerkracht die zich staande probeert te houden in een beroepsschool . Haar poëziedebuut Vouwplannen werd bekroond met de Debuutprijs Het Liegend Konijn 2009. In 2015 verscheen haar tweede dichtbundel Lichtmeters, waarvoor ze de Herman De Coninckprijs in ontvangst mocht nemen en die werd genomineerd voor de VSB-poëzieprijs. Lichtmeters werd ondertussen vertaald in het Duits en het Spaans. Van februari tot eind augustus 2022 was ze een van de vijf Antwerpse stadsdichters. Vlak voor 1 september 2022 trok ze zich terug uit die functie omdat het bestuur het kritische onderwijsgedicht Losgeld weigerde te erkennen als stadsgedicht. Ze zag dit als een onaanvaardbare weigering om te luisteren naar de stem van de beroepsleerlingen met wie ze het gedicht samen had geschreven.

Als auteur en leerkracht strijdt ze tegen alle vormen van elitarisme binnen ons huidige onderwijssysteem.

Schrijven is voor haar de verrukkelijkste variant van piekeren.

‘Schrijven is bij mij simpelweg ontstaan uit een waanzinnige crush op woorden, op het mechanisme van taal. Toen ze mij zeiden dat het alfabet slechts zesentwintig letters telt, werd ik wantrouwig want mijn moeder las mij elke avond hele boeken M.G.Schmidt en Dahl voor en die zinnen bleven maar komen en steeds weer duizelingwekkend van elkaar verschillen, dus zesentwintig letters, dat moest één van die vele dingen zijn die ze je proberen wijs te maken als kind.

Het alfabet, zo’n bijna belachelijk karig instrument dat ongelooflijke combinatiemogelijkheden biedt. Dat daagt mij elke dag uit. Daar ben ik helemaal voor gevallen.’

Schrijven is bij mij simpelweg ontstaan uit een waanzinnige crush op woorden, op het mechanisme van taal. Toen ze mij zeiden dat het alfabet slechts zesentwintig letters telt, werd ik wantrouwig want mijn moeder las mij elke avond hele boeken M.G.Schmidt en Dahl voor en die zinnen bleven maar komen en steeds weer duizelingwekkend van elkaar verschillen, dus zesentwintig letters, dat moest één van die vele dingen zijn die ze je proberen wijs te maken als kind.

Het alfabet, zo’n bijna belachelijk karig instrument dat ongelooflijke combinatiemogelijkheden biedt. Dat daagt mij elke dag uit. Daar ben ik helemaal voor gevallen.

Biblio

Tijgerbrood, 2023, uitgeverij Van Oorschot

De auteur van Tijgerbrood is haar vroegere compartimenten kwijt. De dichter, leerkracht, kindervrije vrouw, partner, pacifist, klimaattobber en kunstliefhebber werden samengekneed tot iemand die haar hoop, bekommernissen en angsten almaar meer durft te erkennen als die van iedereen. ‘Ouder worden’ wordt in Tijgerbrood geschreven met de grote O van Oef. Het betekent eindelijk thuiskomen in het collectief, zonder vrees om de eigenheid te verliezen.

Als brood leven is, zoals men zegt, is tijgerbrood een leven in camouflagevel om ongehinderd de puls te kunnen vatten van de hele maatschappij.

Fotómetros/Lichtmeters, 2019

Fotómetros / Lichtmeters. Ruth Lasters (Bélgica). Poesía. Edición bilingüe castellano/flamenco, traducción de Micaela van Muylem. Publicado con el apoyo de Flanders Literature. 2019. 100 páginas.

Lichtmesser, 2018,  Parasitenpresse

Wörter, Lücken und ihre Kombination, das ist es, woraus die flämische Dichterin Ruth Lasters ihre Texte komponiert. „Als man mir erzählte, dass das Alphabet nur 26 Buchstaben besitze, wurde ich argwöhnisch, weil meine Mutter mir doch jeden Abend die Bücher von Roald Dahl vorlas und die Sätze darin jedes Mal ganz anders klangen“, sagte sie selbst einmal. Der Übersetzer Stefan Wieczorek, der ihre Gedichte für den Band Lichtmesser auswählte und ins Deutsche übertrug, meint: „Ihre Gedichte sind häufig Versuchsanordnungen oder Spielanweisungen für performative Inszenierungen, die erst in der Poesie möglich werden.“ Beispielsweise in dem Gedicht Flosse, in dem Punkte eines Stadtplans gesetzt und verbunden werden. Die Koordinaten persönlicher Begegnungen mit Freunden und Bekannten ergeben etwas, das der Form eines Fisches gleicht. Aus allen Texten sprudelt hier die wunderbare Fähigkeit, mit Stift auf Papier Linien zu ziehen und dadurch poetisch-befremdliche Welten entstehen zu lassen.

VIN, 2019, Uitgeverij Polis

Lore heeft het als beginnende leerkracht niet makkelijk op het Vrij Instituut voor Nijverheid. Haar onzekerheid groeit naarmate het echte contact met haar leerlingen uitblijft. Als het archief van het VIN moet worden leeggemaakt, krijgt Lore de opdracht om belangrijke papieren te redden van de vernietiging. Het is niet eenvoudig om haar aandacht bij al die dozen te houden. Conciërge Sergei heeft maar weinig vertrouwen in Lores speurwerk. Hopelijk houdt ze het vol, want die documenten kunnen zijn zorgen de wereld uit helpen. Ze betekenen voor hem de enige weg naar zijn geliefde Anna. En dat terwijl hij juist altijd heeft gedacht dat paperassen hem ooit de das zouden omdoen. Vin gaat over de universele zoektocht naar evenwicht en waardering op de werkvloer. Tegelijk is het een liefdesverhaal over het ombuigen van obstakels tot een nieuw begin.

Femke Essinnck, De Groene Amsterdammer: ‘Met de kracht van fictie maakt Lasters de keerzijden van onze meritocratie inzichtelijk. Haar verhaal illustreert hoe lage maatschappelijke waardering voor de talenten van de jongens van het VIN ongelijkheid op een ingewikkelde manier in stand houdt. Met visie, compassie, en ten slotte – gelukkig, zou ik willen zeggen – ook met hoop toont ze hoe economische, politieke, sociale omstandigheden concrete mensenlevens beïnvloeden. Vin is een roman die je bij het ministerie van OCW in de postvakjes zou willen leggen.’

Lichtmeters, 2015, Uitgeverij Polis

Wie Ruth Lasters’ tweede bundel openslaat, belandt in een zacht verlichte loketzaal zonder wachtrijen. Ieder gedicht uit Lichtmeters is een schuiflade waarin mensen uit alle tijden en situaties zichzelf proberen achter te laten voor elkaar. Het heden is er slechts een flinterdunne loketruit waar de dichter olijk tegen tikt, tot ze breekt en iedereen onverhuld oog in oog staat met elkaar.

Uit het juryrapport van de Herman de Concinckprijs: ‘Waar veel dichters in hun poëzie toewerken naar een sterke zin in de laatste regel, durft Lasters haar beeldtaal van meet af in het gezicht van haar lezers te slingeren’, aldus nog het juryverslag. ‘Daar laat ze het echter niet bij: veel van haar gedichten zijn scenario’s die een vraag uitwerken die velen zich regelmatig stellen, zonder haar daadwerkelijk te beantwoorden: “Wat als?” Het resultaat is bijzonder lenige poëzie die ons anders laat kijken naar wat we al meenden te kennen.’

De Morgen: ‘De poëzie van Ruth Lasters is indringend door de bijna opgewekte toon waarmee ze met verlies en vergankelijkheid omgaat, in meanderende gedachtespinsels.’

Vlaggenbrief, 2014, De Bezige Bij Antwerpen

In een badstad waar de vastgoedprijzen in vrije val zijn, leent een familie haar strandmeubilair uit aan een gezin asielzoekers. Als de gastvrije eigenaars ook nog eens een Afrikaanse vlag op hun strandcabine schilderen tussen de eerder traditioneel versierde hokjes, is voor sommige bewoners het hek van de dam.Thérèse Eeckhout slaat het allemaal gade vanuit haar appartement en vat sympathie op voor zij die de verloren grandeur van de kustplaats niet toeschrijven aan de overvloed aan armoedzaaiers, maar aan de te smalle dijk, die dient heraangelegd te worden. Verstrikt in eenzaamheid zit er voor de oude dame uiteindelijk niets anders op dan toeristen aan te spreken en uit te nodigen in haar flat.In Vlaggenbrief zet Ruth Lasters in heldere bewoordingen een zomer neer waarin het ene individu zich probeert los te scheuren van groepsdruk, terwijl het andere net aanhechting zoekt bij iedereen, nu eens ten koste van zichzelf, dan weer van alles.

De laatste straatmuzikant, Wablieftboek, 2013, Uitgeverij Vrijdag

Steeds meer mensen lopen op straat met een koptelefoon. Twee straatmuzikanten strijden tegen de plaag van de ‘oortjes’. Tegen de mp3-spelers die hun muziek onhoorbaar maken.

De muzikanten verliezen elke dag meer luisteraars aan de plaag. Ze willen er iets aan doen. Voor het te laat is, voor niemand nog naar hen luistert.

Feestelijk Zweet, 2011, De Bezige Bij Antwerpen

De kleine Igor Juranec wil alleen iets ontzettend spectaculairs leren. Voor de rest wil hij met rust gelaten worden. Al gauw blijkt hij voor geen enkele verbluffende vaardigheid geschikt en komt hij in een onspectaculair leven terecht.

Pas als oude, zieke man ontdekt hij die ene gave waar hij altijd naar heeft verlangd. Maar is het echt een gave of is het gewoon iets waar hij zich aan vastklampt tegen zijn verpletterende eenzaamheid?

Vouwplannen, 2007, Meulenhoff-Manteau, debuutprijs Het Liegend Konijn

‘Het recht te kunnen verwerven op een hoogstpersoonlijke herfst. In flinterdunne fracties van een flat zoeven om daarna weer te worden opgeraapt.’ Of het nu gaat om herfst, ruimte, tijd of taal, in Vouwplannen worden alle begrippen stuk voor stuk vervangen door nieuwe wetmatigheden. De ik-figuur zou het liefst als een zakenvrouw aan tafel zitten met de realiteit, net zolang tot er voor alle dagelijkse dingen een poëtische en olijke verklaring is gevonden. Het onmogelijke grenst soms zo dicht aan het mogelijke dat het alleen een kwestie schijnt van even opnieuw onderhandelen met de werkelijkheid.

Poolijs 2006, Meulenhoff-Manteau, winnaar Debuutprijs

Lucy staart voor zich uit achter haar toonbank aan de ijsbaan, wezenloos, alsof de schaatsen die ze er verhuurt dagen zijn. Yves staat in voor het onderhoud van de piste en tracht intussen te studeren, waarbij hij tot Lucy’s ergernis om de haverklap over zijn adamsappel strijkt. Rust vindt hij in ruimtes waar mensen massaal zwijgen. Bij voorkeur in de aula van Anka, die kunst voor dummies doceert aan doven. Door een schilderij waar ze te lang bij stilstaan, verdwijnt ook die rust. Yves belandt in een spiraal van ondermijnende twijfelzucht. Alles verdwijnt, alles verandert, alles komt terug, komt goed. Maar beter wordt het zelden. Poolijs is het subtiel geschreven romandebuut van Ruth Lasters.